Prinsjesdag 2017

26 sep 2017 - Thijs Winkelmolen

In dit artikel zetten we de belangrijkste geplande maatregelen voor 2018 op een rij. Niet alle maatregelen zijn ‘Prinsjesdagmaatregelen’, sommige waren al eerder bekend.

Box 1
Net als in de afgelopen jaren worden ook in 2018 wijzigingen doorgevoerd in de tarieven en schijfgrenzen voor de inkomstenbelasting in box 1. Opvallend is de daling van het tarief in de vierde schijf met 0,05%. De tarieven en schrijfgrenzen voor 2018 zien er vooralsnog als volgt uit:

Tarief inkomstenbelasting / premies box 1

Schijf Belastbaar inkomen meer dan maar niet meer dan Tarief 2018 voor AOW Tarief 2018 na AOW
1e schijf - € 20.142 36,55% 18,65%
2e schijf € 20.142 € 33.994 40,85% 22,95%
3e schijf € 33.994 € 68.507 40,85% 40,85%
4e schijf € 68.507 - 51,95% 51,95%

Voor een belastingplichtige die geboren is voor 1 januari 1946 geldt in plaats van het bedrag van € 33.994 het bedrag van € 34.404oo

Box 3 (geen Prinsjesdagmaatregel)
De aanpassingen in box 3 gaan in 2018 het tweede jaar in. Op basis van het huidige beleid worden de forfaitaire rendementen ieder jaar aangepast en gebaseerd op de gemiddeld gerealiseerde rendementen in eerdere jaren (bij spaargeld over de laatste vijf jaar, bij beleggingen over de laatste vijftien jaar). Het forfaitair rendement voor 2018 is eerder dit jaar al voorlopig vastgesteld en ziet er als volgt uit:

Vermogen meer dan Maar niet meer dan Rendement Belast tegen 30%
1e schijf € 25.000 € 100.000 2,65% 0,80%
2e schijf € 100.000 € 1.000.000 4,52% 1,36%
3e schijf € 1.000.000 - 5,38% 1,61%
Heffingsvrij vermogen € 25.000

Algemene heffingskorting
De algemene heffingskorting stijgt per 1 januari 2018, maar minder dan verwacht. De maximale algemene heffingskorting wordt in 2018 verhoogd naar € 2.265 (was € 2.254). Vanaf een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 20.142 wordt het recht op algemene heffingskorting afgebouwd tot nihil. Het afbouwpercentage bedraagt in 2018 4,683% van het deel van het belastbaar inkomen uit werk en woning boven € 20.142.

Arbeidskorting
De verhoging van de arbeidskorting is gericht op het verbeteren van de koopkracht van werkenden. De arbeidskorting wordt in 2018 verhoogd naar € 3.249 (was € 3.223). De hoogte van de arbeidskorting is inkomensafhankelijk. Het opbouwpercentage is voor 2018 vastgesteld op 28,067%. Net als in 2017 is het afbouwpercentage vastgesteld op 3,6%. De inkomensgrenzen met betrekking tot de opbouw en afbouw van de arbeidskorting zijn nog niet bekend.

Ouderenkorting
De ouderenkorting is een heffingskorting die van toepassing is op belastingplichtigen die op 31 december van het betreffende belastingjaar de AOW- gerechtigde leeftijd hebben bereikt. De ouderenkorting voor lage inkomens is in 2018 € 1.418 (was € 1.292 in 2017) en geldt wanneer het verzamelinkomen van de fiscaal partners niet boven de € 36.057 uitkomt. Deze forse verhoging moet zorgen voor meer koopkracht van AOW-gerechtigden. Voor fiscaal partners met een verzamelinkomen boven € 36.057 bedraagt de ouderenkorting € 72 (was € 71).

Alleenstaande ouderenkorting
De alleenstaande ouderenkorting is een heffingskorting die van toepassing is op belastingplichtigen met de AOW-gerechtigde leeftijd die een AOW-uitkering voor alleenstaanden ontvangen. Ook alleenstaanden die de AOW-leeftijd hebben bereikt maar geen of slechts een gedeeltelijke AOW-uitkering ontvangen kunnen recht hebben op de alleenstaande ouderenkorting. In tegenstelling tot de ouderenkorting wordt de alleenstaande ouderenkorting verlaagd naar € 423 (was € 438 in 2017) in 2018.

Wijzigingen eigen woning (geen Prinsjesdagmaatregel)
In 2018 worden onderstaande wijzigingen doorgevoerd met betrekking tot de eigen woning:

  • In 2018 wordt de Loan-To-Value (LTV) verlaagd naar 100%. Dit betekent dat een woningkoper vanaf 2018 geen hogere hypotheek meer kan krijgen dan de waarde van de woning.
  • Het maximale tarief waartegen de hypotheekrente kan worden afgetrokken wordt verder verlaagd van 50% naar 49,5%.
  • In 2017 wordt de NHG kostengrens nog bepaald aan de hand van de gemiddelde koopsom plus de wettelijke toegestane Loan-To-Value (LTV). Vanaf 2018 bedraagt de LTV 100% van de waarde van de woning waardoor de kostengrens gelijk staat aan de gemiddelde koopsom. Wanneer een klant energiebesparende voorzieningen wil treffen mag de kostengrens maximaal 105% zijn van de gemiddelde koopsom.
  • Per 1 januari 2018 vervalt de huidige regeling ‘aftrekbare rente bij restschuldfinanciering’. Voor restschuldfinancieringen die vanaf 1 januari 2018 worden gesloten, vervalt de aftrekbaarheid van de rente volledig.
  • Vanaf 1 januari 2018 moet iedere Vereniging van Eigenaren (VvE) jaarlijks een bedrag reserveren voor onderhoud van het gebouw.

Inkeerregeling komt te vervallen (geen Prinsjesdagmaatregel)
Per 1 januari 2018 komt de inkeerregeling te vervallen. Dit betekent dat zwartspaarders vanaf 1 januari 2018 strenger worden aangepakt. De inkeerregeling houdt in dat belastingplichtigen, die in het verleden een onjuiste aangifte hebben gedaan, binnen twee jaar een verbeterde aangifte inkomstenbelasting kunnen indienen. De Belastingdienst legt in dat geval geen vergrijpboete op. Doet de belastingplichtige na twee jaar een verbeterde aangifte dan wordt de vergrijpboete gematigd.

Schenking/erven beperkte gemeenschap
De beperkte gemeenschap van goederen wordt vanaf 2018 de nieuwe standaard. Dit betekent dat het voorhuwelijkse priv?vermogen, evenals erfenissen en giften die tijdens het huwelijk worden verkregen, tot het privevermogen van de echtgenoten blijven behoren.

Als het aandeel van de minstvermogende in het totale vermogen hoger wordt dan 50% bij zowel het aangaan van huwelijkse voorwaarden als bij het wijzigen van huwelijkse voorwaarden tijdens het huwelijk leidt dit tot heffing van schenkbelasting. Ook als het aandeel van de meestvermogende in het totale vermogen toeneemt leidt dit tot heffing van schenkbelasting. Er wordt dus geen schenking geconstateerd wanneer het aandeel van de meestvermogende echtgenoot in het totale vermogen niet toeneemt of het aandeel van de minstvermogende in het totale vermogen door de verkrijging niet uitkomt boven 50% van het totale vermogen.

10% regeling terug van weggeweest
Bij het vaststellen van toeslagen wordt gekeken naar het toetsingsinkomen. Bij toeslagpartners geldt dat de jaarinkomens bij elkaar worden opgeteld. Als partners uit elkaar gaan, kan dit vervelend uitpakken. Vooral als het inkomen van de ex-toeslagpartner later in het jaar stijgt, bijvoorbeeld door een loonsverhoging. Het kabinet wil de mogelijkheid bieden inkomensstijgingen van de ex-toeslagpartner buiten beschouwing te laten. Vanaf 2018 is het mogelijk om de Belastingdienst te vragen een inkomensstijging van de ex-toeslagpartner niet mee te laten wegen bij het berekenen van de toeslagen. In dat geval wordt gedaan alsof het inkomen van de ex-toeslagpartner het hele jaar gelijk is gebleven aan het inkomen tijdens het eerste deel van het jaar. Dit heeft een positieve invloed op de hoogte van het recht op toeslagen.

Partnerbegrip pleegzorg
Bij het aanvragen van toeslagen en de inkomstenbelasting speelt de fiscale partner een belangrijke rol. In sommige situaties wordt een pleegkind automatisch aangemerkt als fiscale partner van de verzorgende ouder. Dit heeft gevolgen voor het recht op toeslagen en de inkomstenbelasting. Het kabinet biedt hiervoor een oplossing. Het kabinet wil vanaf 2018 de verzorgende ouder en het pleegkind de mogelijkheid bieden in de aangifte inkomstenbelasting om zelf te kiezen of zij wel of niet worden aangemerkt als fiscaal partners.

Zorg
Op Prinsjesdag is aangekondigd dat vanaf 1 januari 2018 het eigen risico voor de basiszorgverzekering stijgt naar € 400 per persoon. Op woensdag 20 september 2017 heeft informateur Gerrit Zalm namens de onderhandelaars verzocht om deze stijging ten opzichte van 2017 niet te laten doorgaan. De nominale premie stijgt naar alle waarschijnlijkheid met gemiddeld € 6,83 per maand.

De definitieve stijging van de nominale premie wordt bepaald door zorgverzekeraars. Uiterlijk 12 november moeten alle zorgverzekeraars hun premies voor 2018 bekend hebben gemaakt.

Naast de wijziging in de premie voor de basisverzekering, wordt ook de dekking van de basisverzekering uitgebreid. Een van de belangrijkste wijzigingen heeft betrekking op de vergoedingen voor fysiotherapie. Vanaf 2018 geldt een dekking voor maximaal 12 behandelingen fysiotherapie/oefentherapie voor patienten met artrose aan de heup- en kniegewrichten. Dit is voldoende om een patient de oefentherapie aan te leren. Daarna kan de patient dit zelf in de thuissituatie of in de sportschool voortzetten


28 mei 2020 Wil jij ook nog profiteren van de lage hypotheekrente Door de aanhoudende onzekerheid op de financi?le markten over de gevolgen van de coronacrisis, stijgt de hypotheekrente. Maar nog altijd is deze 'bizar laag'!Het betreft tot nu toe een lichte stijging van...

Lees verder

28 mei 2020 Coronacrisis en gevolgen hypotheek De coronacrisis en de gevolgen voor jouw hypotheek...Helaas zorgt de coronacrisis er ook voor dat veel mensen nu in financi?le problemen komen. Bij steeds meer banken/ geldverstrekker is het daarom mogelijk...

Lees verder

Ontwikkeling: Code Matters, Design: Adeight